Recht op familie: iets meer
De staat moet de verantwoordelijkheden, rechten en plichten van de ouders of van de anderen die wettelijk verantwoordelijk zijn voor het welzijn en de opvoeding van het kind, verdedigen. De ouders of andere wettelijk verantwoordelijken moeten zorgen voor een passende begeleiding, rekening houdend met de zich ontwikkelende capaciteiten van het kind.
De staat waarborgt dat kinderen niet tegen hun wil worden gescheiden van hun ouders, tenzij de bevoegde autoriteiten beslissen dat dit in het belang van het kind is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij misbruik of verwaarlozing of wanneer de ouders gescheiden leven en er een verblijfplaats voor het kind moet gekozen worden. Bij deze beslissingen moeten zowel ouders als kinderen hun standpunten kunnen toelichten. In het geval van scheiding mag het kind regelmatig persoonlijk en rechtstreeks contact hebben met beide ouders, tenzij dit ingaat tegen het belang van het kind. Indien de scheiding tussen (één van de) ouders en kind het gevolg is van een maatregel van de staat (zoals bij deportatie, inhechtenisneming, gevangenneming) dan moet de staat de overblijvende ouder en kinderen inlichten over waar de afwezige zich bevindt, tenzij dit het welzijn van het kind kan schaden.
Staten moeten aanvragen van ouders of kinderen om een staat binnen te gaan of te verlaten met het oog op gezinshereniging, met welwillendheid, menselijkheid en spoed behandelen. Een kind van wie de ouders in verschillende staten verblijven heeft het recht om regelmatig persoonlijke en rechtstreekse contacten met beide ouders te onderhouden. Dit recht kan enkel beperkt worden in uitzonderlijke omstandigheden, door de wet voorzien, ter bescherming van de nationale veiligheid, de openbare orde, de volksgezondheid, de goede zeden en de rechten en vrijheden van anderen.