Recht op onderwijs: iets meer
De staat verdedigt de verantwoordelijkheden, rechten en plichten van de ouders of van de anderen die wettelijk verantwoordelijk zijn voor het welzijn en de opvoeding van het kind. De ouders hebben geen absolute rechten over hun kinderen, zij mogen enkel rechten uitoefenen als deze in het belang van het kind zijn. Ouders en kinderen moeten voor elkaar respect hebben.
De staat moet waarborgen dat elk kind het recht op leven heeft en de mogelijkheid tot ontwikkeling krijgt. Dit wil niet zeggen dat abortus verboden is gezien er niet vastgesteld wordt vanaf wanneer men mag spreken van een kind. Wel wordt abortus als manier van gezinsplanning afgewezen. Verder dient de overheid te wijzen op de gezondheidsrisicos voor zowel moeder als kind in het geval van zeer jong moederschap (15-18 jarigen). Het recht op leven waarborgen wil ook zeggen dat er geen doodstraf mag bestaan en uitgevoerd worden op 18jarigen en zwangere vrouwen.
Verder moet de staat ook het recht op leven van kinderen waarborgen door alle nodige maatregelen te nemen om oorlog, moord, geweld, verdwijningen, kindermoord op meisjes en ook zelfmoord en verkeersongevallen te vermijden.
Elk kind moet ook toegang hebben tot informatie uit de massamedia en in het bijzonder informatie en materiaal gericht op het bevorderen van zijn opvoeding. Het kind moet ook beschermd worden tegen informatie en materiaal die schadelijk zijn voor zijn of haar welzijn.
Elk kind heeft recht op gratis en verplicht basisonderwijs. De staat moet verder alle vormen van secundair onderwijs stimuleren, toegankelijk maken voor ieder kind en zonodig financiële bijstand bieden. Hoger onderwijs moet toegankelijk gemaakt worden naar gelang de capaciteiten. De staat moet ook zorgen voor informatie over studie- en beroepskeuze. De staat moet maatregelen nemen om het regelmatig schoolbezoek te bevorderen en het vroegtijdig stoppen met school te verminderen. Het handhaven van de discipline op school mag de rechten van het kind niet in het gedrang brengen.
Het onderwijs van het kind moet gericht zijn op de zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind. Verder moet het onderwijs gericht zijn op het bijbrengen van respect voor de mensenrechten en voor de principes van het Handvest van de VN, respect voor de ouders en voor de eigen culturele identiteit, taal en waarden én voor de nationale waarden van het eigen land en andere landen. Het onderwijs moet kinderen voorbereiden op het leven in een vrije samenleving in de geest van begrip, vrede, verdraagzaamheid, gelijkheid van geslachten, vriendschap tussen alle volken en culturele groepen. Het onderwijs moet eerbied bijbrengen voor de natuurlijke omgeving.
De staat moet garanderen dat elk kind dat verdacht wordt van of vervolgd of veroordeeld wordt voor een strafbaar feit, recht heeft op een menswaardige behandeling waarbij rekening wordt gehouden met de leeftijd van het kind en met de wenselijkheid van herintegratie. Elk kind heeft ook recht op alle rechtsgaranties.