Recht op voeding: iets meer


Ieder kind heeft recht op een levensstandaard die toereikend is voor zijn of haar lichamelijke, geestelijke, intellectuele, morele en maatschappelijke ontwikkeling. De algemene ontwikkeling van het kind moet dus gewaarborgd worden.

In eerste instantie zijn de ouders verantwoordelijk voor het waarborgen van de levensomstandigheden die nodig zijn voor de algemene ontwikkeling van het kind. Uiteraard kunnen zij hier maar verantwoordelijk voor zijn in de mate dat ze over de nodige vaardigheden en financiële middelen beschikken.

De staat moet in de mate van het mogelijke ouders en de anderen die verantwoordelijk zijn voor het kind, helpen in het verwezenlijken van dit recht door te zorgen voor materiële bijstand en ondersteuning voor wat betreft voeding, kleding en huisvesting.

De staat moet er ook voor zorgen dat kinderen van een sociale zekerheid en sociale verzekering kunnen genieten. Bij de verdeling van de voordelen die hieruit voortvloeien moet er rekening gehouden worden met de omstandigheden van het kind en de personen die verantwoordelijk zijn voor zijn of haar onderhoud.

De staat moet er voor zorgen dat uitkeringen die de ouders ontvangen voor het kind ook effectief worden gebruikt in het belang van het kind. Er moeten ook procedures voorzien worden waarbij afwezige ouders, ook ouders in het buitenland, kunnen gedwongen worden om een uitkering te betalen voor het onderhoud van het kind. Zo worden zij op hun ouderlijke verantwoordelijkheid gewezen.