Wat is de betekenis van het recht op familie?
De staten moeten de verantwoordelijkheden, rechten en plichten van de ouders of van de anderen die wettelijk verantwoordelijk zijn voor het welzijn en de opvoeding van het kind, eerbiedigen. De ouders of andere wettelijk verantwoordelijken moeten zorgen voor een passende begeleiding bij de uitoefening van de in het verdrag erkende rechten door het kind daarbij rekening houdend met de zich ontwikkelende vermogens van het kind.
De staten waarborgen dat kinderen niet tegen hun wil worden gescheiden van hun ouders, tenzij de bevoegde autoriteiten beslissen dat deze scheiding noodzakelijk is in het belang van het kind. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij misbruik of verwaarlozing door de ouders, of wanneer de ouders gescheiden leven en er een beslissing genomen moet worden ten aanzien van de verblijfplaats van het kind. Bij deze beslissingen moeten zowel ouders als kinderen hun standpunten kunnen toelichten. In het geval van scheiding mag het kind regelmatig persoonlijk en rechtstreeks contact hebben met beide ouders, tenzij dit in strijd is met het belang van het kind. Indien de scheiding tussen (één van de) ouders en het kind het gevolg is van een maatregel van de staat (zoals deportatie, inhechtenisneming, gevangenneming, verbanning of welke oorzaak ook) moet de staat de overblijvende ouder en kinderen inlichten over de verblijfplaats van de afwezige ouder, tenzij dit het welzijn van het kind zou schaden. De staten waarborgen dat het verstrekken van deze inlichtingen ook geen nadelige gevolgen heeft voor de betrokkene(n).
Staten moeten aanvragen van ouders of kinderen om een staat binnen te gaan of te verlaten met het oog op gezinshereniging, met welwillendheid, menselijkheid en spoed behandelen. De staten waarborgen eveneens dat het indienen van een dergerlijke aanvraag geen nadelige gevolgen heeft voor de aanvragers en hun familieleden. Een kind van wie de ouders in verschillende staten verblijven heeft het recht, behalve in bepaalde omstandigheden, om op regelmatige basis persoonlijke en rechtstreekse contacten met beide ouders te onderhouden. Hiertoe eerbiedigen de staten het recht van het kind en van zijn of haar ouders om het land te verlaten en het eigen land weer binnen te gaan. Dit recht kan enkel beperkt worden in uitzonderlijke omstandigheden, door de wet voorzien, ter bescherming van de nationale veiligheid, de openbare orde, de volksgezondheid, de goede zeden en de rechten en vrijheden van anderen.