Wat is de betekenis van het recht op geloof?
De vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst van het kind is onbeperkt. Ouders moeten het kind begeleiden bij de uitoefening van dit recht en mogen daarbij geen psychisch of fysisch geweld gebruiken.
De vrijheid van geweten kan bijvoorbeeld gaan over de wens van de minderjarige om vegetarisch te eten, om bepaalde milieuonvriendelijke producten of diensten niet te gebruiken of om niet ingelijfd te worden in het leger.
De vrijheid om zijn of haar godsdienst of levensovertuiging tot uiting te brengen kan enkel en alleen beperkt worden door de wet ter bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de goede zeden, de volksgezondheid of de fundamentele rechten en vrijheden van anderen.
Elk kind moet ook toegang hebben tot informatie uit de massamedia en in het bijzonder informatie en materiaal gericht op het bevorderen van zijn sociale, psychische en morele welzijn en zijn lichamelijke en geestelijke gezondheid. Staten dienen de massamedia aan te moedigen informatie en materiaal te verspreiden die tot sociaal en cultureel nut zijn voor het kind. Dit houdt in dat staten de taak hebben om massamedia aan te moedigen, om de verspreiding van kinderboeken te promoten, internationale samenwerking te promoten en ook rekening te houden met minderheden. Het kind moet ook beschermd worden tegen informatie en materiaal die schadelijk kan zijn voor zijn of haar welzijn.
Alle kinderen ook kinderen die behoren tot etnische of religieuze minderheden - hebben het recht om mensen te ontmoeten met dezelfde cultuur, taal of godsdienst. Elk kind mag zijn eigen cultuur beleven, zijn eigen taal spreken en zijn eigen godsdienst belijden of ernaar leven