Wat is de betekenis van het recht op bescherming tegen opsluiting?


Staten moeten ervoor zorgen dat kinderen niet onwettig naar het buitenland worden gebracht en dat hun terugkeer vanuit het buitenland niet verhinderd wordt. Om kinderontvoering te voorkomen moeten staten bilaterale of multilaterale overeenkomsten met andere staten sluiten.

Staten moeten waarborgen dat geen enkel kind gefolterd wordt en dat geen enkel kind onderworpen wordt aan een andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Doodstraf noch levenslange opsluiting zonder de mogelijkheid van vrijlating mag niet worden opgelegd voor strafbare feiten die gepleegd zijn door personen jonger dan achttien jaar. Ook mag geen enkel kind op onwettige of willekeurige wijze van zijn vrijheid beroofd worden. De aanhouding, inhechtenisneming of gevangenneming van een kind dient overeenkomstig de wet te geschieden en mag slechts als uiterste maatregel gehanteerd worden en voor de kortst mogelijke passende duur.
Staten moeten ervoor zorgen dat kinderen die gevangen genomen werden, een menselijke behandeling krijgen, met eerbied voor hun waardigheid inherent aan de menselijke persoon en rekening houdend met de behoeften van een persoon van zijn of haar leeftijd. Kinderen mogen niet in dezelfde vertrekken vastgehouden worden als volwassenen. Ieder kind heeft het recht om contact te onderhouden met zijn familie door correspondentie en bezoeken, behalve in uitzonderlijke omstandigheden.
Tenslotte moeten de staten ervoor zorgen dat ieder kind dat van zijn of haar vrijheid beroofd werd, over juridische en andere bijstand moet kunnen beschikken en de beslissing van zijn gevangenneming moet kunnen betwisten.