Wat is de betekenis van het recht op inspraak?
Elk kind dat in staat is om zijn of haar eigen mening te vormen - heeft het recht om zijn of haar mening te uiten in alle aangelegenheden die zijn of haar leven beïnvloeden. Volwassenen moeten in overeenstemming met de leeftijd en rijpheid van het kind rekening houden met die mening. Dit houdt in dat het kind de kans moet krijgen om in iedere gerechterlijke en bestuurlijke procedure die hem of haar aanbelangt, gehoord te worden, met inachtname van de procedureregels van het nationale recht. Indien het kind niet rechtstreeks gehoord kan worden, mag een vertegenwoordiger of een daarvoor geschikte instelling in zijn of haar plaats optreden.
Om een mening te kunnen vormen moet het kind over de nodige informatie en de nodige rijpheid beschikken. Kinderen moeten daarom ook het recht hebben om informatie te zoeken en te verkrijgen die nodig is om zich een mening te vormen over iets. Gezien de capaciteiten om dit recht uit te oefenen, evolueren met de leeftijd en individueel verschillen, verschilt ook de mate waarin er belang kan gehecht worden aan een mening. Door aangepaste methoden van inspraak en participatie te gebruiken kunnen ook zeer jonge kinderen en gehandicapten in staat gesteld worden om dit recht uit te oefenen. Het recht op inspraak en een eigen mening omvat ook de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Dit recht moet toegepast worden in alle levensdomeinen die een invloed uitoefenen op het kind zoals bijvoorbeeld: gezin, familie, school, hulpverlening, overheidsbeleid, asielprocedures...
De ouders of de wettige voogden hebben de taak om het kind te ondersteunen in de uitoefening van zijn of haar recht. De staten moeten dit recht (en tevens ook plicht) van de ouders te allen tijde respecteren.
Het recht op vrije meningsuiting en het recht om informatie te verzamelen is niet absoluut. Het kan beperkt worden door de wet als het de fundamentele rechten en vrijheden of de goede naam van anderen schaadt of als het slecht is voor de nationale veiligheid, de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden.