Wat is de betekenis van het recht op bescherming tegen oorlog?
Staten moeten ervoor zorgen dat de regels uit het internationaal humanitair recht betreffende kinderen die tijdens gewapende conflicten gelden, geëerbiedigd worden
Staten moeten tevens alle maatregelen nemen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat kinderen jonger dan vijftien niet rechtstreeks aan vijandelijkheden deelnemen.
Staten mogen geen kinderen in hun leger inlijven die jonger zijn dan vijftien. Dit wordt door het Internationaal Strafhof overigens beschouwd als een oorlogsmisdrijf. De gedwongen inlijving van kinderen wordt door de Internationale Arbeidsorganisatie gerekend tot één van de ergste vormen van gedwongen arbeid. Bij het rekruteren van kinderen tussen vijftien en achttien, moet voorrang gegeven worden aan diegenen die het oudst zijn.
Staten moeten er ook alles aan doen om kinderen die het slachtoffer zijn van een gewapend conflict te beschermen en te verzorgen. De rechten van het kind mogen tijdens een gewapend conflict onder geen enkel beding worden opgeschort of verminderd. Er moet in het bijzonder aandacht besteed worden aan de familieomgeving, zorg en opvoeding, gezondheid, voedsel, verbod op foltering, voorkomen van verwaarlozing en misbruik, het behouden van de culturele omgeving van het kind, bescherming in het geval van vrijheidsberoving en het verzekeren van humanitaire bijstand aan en toegang tot kinderen.
In mei 2000 werd een optioneel protocol goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de VN dat in het belang van het kind de regels strenger maakte. In dit protocol wordt gesteld dat kinderen jonger dan 18:
- niet rechtstreeks betrokken mogen worden in gewapende conflicten;
- niet gedwongen gerekruteerd mogen worden door de staat;
- bij voorkeur niet mogen worden ingelijfd door de staat; staten moeten de minimumleeftijd voor vrijwillige rekrutering ook verhogen;
ß in geen geval gerekruteerd mogen worden door andere gewapende groeperingen.
Dit protocol is nog niet door alle landen geratificeerd.
Staten moeten alle passende maatregelen nemen ter bevordering van het lichamelijk en geestelijk herstel en de sociale reïntegratie van kinderen die het slachtoffer waren van oorlog, van welke vorm ook van verwaarlozing, exploitatie of misbruik, foltering of elke andere vorm van wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of straf. Dit herstelproces moet plaatsvinden in een omgeving die de gezondheid, het zelfrespect en de waardigheid van het kind bevordert.