Recht op eigen mening en inspraak: officiële tekst van het kinderrechtenverdrag
Vrijheid van meningsuiting:
1. Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening
te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder
inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Dit artikel belet Staten niet radio-omroep-,
bioscoop- of televisieondernemingen te onderwerpen aan een systeem van vergunningen.
2. Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt,
kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties,
die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het
belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het
voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de
goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding
van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de
rechterlijke macht te waarborgen.