Recht op onderwijs

Info

Om mijn rechten te kunnen uitoefenen, moet ik ze kennen. Ik moet kunnen lezen en schrijven. De overheid moet ervoor zorgen dat ik de kans krijgt om dit te leren. De staat moet zorgen dat alle kinderen lager onderwijs volgen en dat dit gratis is. Ze moet middelbare school in elk geval aanmoedigen. In arme landen spreekt dit niet voor zich. De overheid moet ook proberen het mij niet te moeilijk of te duur te maken om naar de universiteit of de hogeschool te gaan. Ze moet ook informatie geven over wat ik kan studeren (welke richting ik kan kiezen) en welk beroep ik kan uitoefenen.

Ook jij hebt recht op onderwijs en informatie. Je overheid moet helpen spijbelen te vermijden. Door wetten en controles bijvoorbeeld. Of door voorlichting. Dan begrijp jij, de andere kinderen en hun ouders beter hoe belangrijk het is naar school te gaan en er van alles te leren. Ook al ben je stout geweest op school, men mag je geen pijn doen om je te straffen. Lijfstraffen zijn verboden. Onredelijke en vernederende straffen ook.

Op school moet de leraar of lerares je vertellen over de kinderrechten. Je moet er leren om verdraagzaam te zijn, respect te hebben voor anderen, begrip op te brengen voor andere culturen. Je moet er leren dat man en vrouw gelijk zijn en dat je respect moet hebben voor de natuur.

De overheid moet er ook voor zorgen dat je genoeg informatie kunt vinden die belangrijk is voor jou (b.v. via een kinderradio, een jeugdjournaal). Tegen sommige informatie moet je beschermd worden. Omdat je ze nog niet goed kan begrijpen en daardoor verkeerd kan opvatten.

Wij kunnen ons steentje bijdragen door andere kinderen het niet lastig te maken om naar school te gaan: hen niet pesten bijvoorbeeld. En in de klas kunnen we er voor zorgen dat we andere kinderen niet verhinderen om te leren, bijvoorbeeld door hen lastig te vallen of door veel lawaai te maken. Wij kunnen ook meedoen met acties die er mee voor zorgen dat er ook in arme landen scholen zijn. Mobiele School is zo’n organisatie.

Tekening


Kaart