Recht op naam en nationaliteit: voorbeeld
Stel je eens voor: Op een dag zeggen je vader en moeder dat het niet langer meer veilig is thuis. Het is oorlog en het leger is vlakbij. Je moet vluchten. Er is maar weinig tijd. Je ouders hebben het niet goed kunnen voorbereiden. Ze hebben geen buskaartjes, vliegtickets of een auto. Dat kunnen ze niet betalen. Of er is helemaal geen vervoer. Je moet gaan lopen. Heel snel moet je beslissen wat je mee gaat nemen. Als je in een koud land woont, zoals in Bosnië, dan neem je veel warme kleding mee en een deken om onder te slapen. Je neemt eten en drinken mee. Maar dan zijn je handen vol en voor speelgoed is geen plek meer. Zelfs je huisdier moet achterblijven. Te voet ga je met je ouders op weg naar de dichtstbijzijnde veilige plek(Stichting Vluchteling, Gevlucht en Vergeten, p.12).
50 miljoen kinderen per jaar officieel nooit geboren
NEW YORK, 4 juni 2002 (IPS) - Meer dan 50 miljoen van de kinderen die in 2000 werden geboren, duiken nergens op in de geboorteregisters van hun land. Datzegt Unicef, de kinderrechtenorganisatie van de Verenigde Naties. Volgens Unicef wordt de geboorte van vier op tien kinderen op deze planeet niet gemeld bij de autoriteiten. Het is tijd dat de overheden in de ontwikkelingslanden daar iets aan doen, want een kind zonder geboorteakte maakt minder kans op onderwijs, gezondheidszorg en vormt een makkelijk doelwit voor krijgsheren, koppelbazen en mensensmokkelaars.
Bron: unicef
Getuigenissen
- Yulinka is blijven zitten
in een gesloten centrum. Ze had goede punten voor alle vakken, maar toch keert Yulinka na de vakantie niet terug naar school. Onlangs werd ze samen met haar familie opgepakt en afgevoerd naar een gesloten centrum, waar ze wacht op haar uitwijzing naar een land dat ze niet kent, waarvan ze de taal niet spreekt en waar ze geen vriendjes heeft. (www.kinderenzonderpapieren.be)
- Ik word geconfronteerd met een uitwijzing. In onze school zitten twee Kosovaarse broers. Samen met hun ouders zijn ze het land gevlucht. Ze komen al 6 jaar naar mijn school en zitten nu in het vijfde leerjaar. Vandaag vertelde de vader dat hun verzoek om in ons land te blijven onontvankelijk is en dat ze het land moeten verlaten. Het hele schoolteam is heel bezorgd om hun toekomst. (kinderrechtencommissariaat, 2007, p.9)
- Onze asielaanvraag is afgewezen. Is het waar dat de politie s morgens vroeg aan de deur staat om ons op te pakken en ons geen tijd laat om onze spullen te pakken. Ik kan toch niet elke avond mijn koffers pakken.
- Een moeder en haar 2-jarig dochtertje verblijven in een gesloten centrum. Alle lichten gaan om 23 uur uit. Ook die van hun cel. Haar kind slaat geregeld in paniek. Voor de moeder is het zo goed als onmogelijk om haar kind te troosten. De vensters kunnen niet zo maar open. Dit moet vooraf aan de directie worden aangevraagd. De moeder kan niet tegemoetkomen aan de noden van haar kind.
- Ik wil terug naar school. Ik zit al enkele weken hier opgesloten. Ik ga in hongerstaking want ze moeten me vrij laten. Ik moet terug naar school gaan.
(kinderrechtencommissariaat, 2007, p.10)
- Lejla: In ons vakantiehuis wonenvluchtelingen
Toen in 1992 de oorlog uitbrak zijn we meteen gevlucht. Vijf jaar lang woonde ik in Duitsland. In 1997 moesten we weer terug naar Sarajevo. Eigenlijk wilde ik best in Duitsland blijven, maar de regering stuurde ons weg. Onderweg waren mn zussen en ik zenuwachtig. Zou het huis er nog staan? Zouden er andere vluchtelingen in zitten?
Toen we Sarajevo binnen reden, schrokken we. Alles was verwoest. Ons huis was er nog. In ons zomerhuisje verderop zaten vluchtelingen, die mochten er van ons blijven wonen. Ik heb lange tijd in een shocktoestand geleefd. Alles is anders, de stad, de mensen, mn vrienden. Als er ergens een hard geluid vandaan komt schrikken ze en duiken ze ineen. Niet al mijn vrienden zijn teruggekomen. Ik weet niet eens waar ze nu zijn. Ik ben langs hun huis gelopen, maar daar wonen nu vluchtelingen, die zelf niet terug kunnen naar hun huis. Ik ben blij dat ik weer hier ben, hier hoor ik thuis. Maar liever was ik nog een paar jaar in Duitsland gebleven. Ik wil tandarts worden, hier is de school daarvoor nog niet opgeknapt.
(Uit: Gevlucht en Vergeten, informatiemap van Stichting Vluchteling in Nederland, p. 31)
- Mijn dorp is helemaal platgebrand, alles is weg
Naw Kim Yu is twaalf en is samen met haar familie op de vlucht naar Thailand een buurland van Birma. Het leger heeft mijn dorp verwoest. Ik zag hoe de soldaten mijn huis in brand staken. Moeder zei alsmaar: Niet achterom kijken,
rennen, vlug. Nu is alles weg.
We renden de jungle in en verstopten ons om van het rennen bij te komen. Toen begon een lang tocht, de tocht naar Thailand. Twee weken lang liepen we door de jungle. Het was heel eng. We hadden bijna geen eten en we moesten ons steeds verstoppen voor de soldaten. We hebben een paar keer schoten gehoord. Zelfs mn vader was heel bang. En we hadden geen tijd om warme kleding of eten mee te nemen. Veel mensen werden ziek. Het broertje van mijn vriendin is overleden. Dat was heel verdrietig. We konden hem niet eens een goede begrafenis geven. Moe en uitgeput kwamen we in Thailand aan. Toen we hier kwamen sliepen we in een hele grote hut met een heleboel andere gezinnen. Mijn ouders, zussen, opa en ik hebben er drie dagen over gedaan om de hut te bouwen. Het is gemaakt van bladeren en bamboestokken. Mijn zus Naw Shia en ik hebben er bijna een dag over gedaan om de grote, stevige bladeren te zoeken. Er is één kamer, daar slapen we met z´n zevenen in. Vannacht was de tweede nacht dat ik in ons nieuwe huis heb geslapen. Eindelijk weer een beetje gewoon net als in Birma, met de hele familie in een hut. Er is niets om naar terug te gaan. Als we weer naar Birma kunnen, zullen we weer een nieuw huis moeten bouwen. Ik probeer het hier zo leuk mogelijk te maken. Overdag speel ik met mijn vriendinnen, zij zijn ook gevlucht uit Birma. Als ik aan het spelen ben, denk ik even niet aan thuis.
(Uit: Gevlucht en Vergeten, informatiemap van Stichting Vluchteling in Nederland, p. 38)