Toezicht op kinderrechten?
Staten moeten om de 6 jaar verslag uitbrengen over het gebruik van de kinderrechten in hun land. Het Comité voor de Rechten van het Kind bespreekt dit verslag en formuleert conclusies en aanbevelingen. Het verslag moet voor iedereen verkrijgbaar zijn, de conclusies en aanbevelingen zijn openbaar. Niet-gouvernementele organisaties mogen hun eigen rapport indienen bij het Comité voor de Rechten van het Kind. Echte sancties zijn er niet.
Zoals de meeste internationale verdragen is het kinderrechtenverdrag in de eerste plaats op staten gericht en niet op individuele burgers. Het verdrag legt aan staten de verantwoordelijkheid op om de rechten van het kind te respecteren. In België is het verdrag van kracht sinds 15 januari 1992.
Binnen de Verenigde Naties waakt het Comité voor de Rechten van het Kind over een correcte toepassing van de rechten van het kind. Elk land dat het verdrag heeft aangenomen is verplicht om regelmatig een rapport op te stellen over de situatie van de rechten van kinderen in hun land. In België is dit onder meer de taak van het Kinderrechtencommissariaat. Het Kinderrechtencommissariaat stimuleert verder de beleidsverantwoordelijken om rekening te houden met de rechten van de kinderen. Met het Kindereffectenrapport wil de Vlaamse overheid haar beleid en regelgeving toetsen aan de bepalingen van het Kinderrechtenverdrag. In een decreet van 1993 werd gesteld dat gemeenten bij het opstellen van een gemeentelijk jeugdwerkbeleidsplan inspraak van jongeren en kinderen moeten organiseren.